Kopiëren is niet mogelijk.
logo

Even wachten

Soms moeten we even wachten. We wachten zo veel en vaak, dat de ergernis die daarmee gepaard lijkt te moeten gaan onze humeuren meer beïnvloedt dan goed voor ons is. We wachten op iets of op iemand. In beide gevallen is er ergernis. De veroorzakers van ons wachten zijn zich daar soms van bewust. Bedrijven, overheden en slimme ontwerpers die zich verdiepen in de customer journey en die het management van onze verwachtingen hoog in het vaandel hebben, trekken zich daar steeds vaker iets van aan, want de techniek staat voor niks. Dus wordt de wachtende klant of burger tegemoet gekomen. Met gadgets. Een lullig muziekje in de telefoon, een keuzemenu waarin men kan kiezen waarop men wil wachten, een mevrouw of meneer die ons op de hoogte houdt van het aantal wachtenden voor ons. Dat is allemaal goed bedoeld misschien, maar wat die bedenkers niet door willen hebben is, dat de wachtende zich belazerd voelt, want we hebben heus wel door dat het wachten er niet minder door wordt. De wachtende wordt onderschat. Zo ook met de wachtprognose in voetgangerslichten. Zij prognotiseert niet. Als er auto’s aankomen, staat het ding op stil of langzaam, komt er niks meer aan, dan verdwijnen de stipjes met extra haast. Het is een fopspeen, die wachttijdvoorspeller. De bedenkers van deze onzin onderschatten de burger. Ik pleit daarom voor een alternatief: bezinning op het wachten. Het hoort er bij. Het wachten biedt ons een gratis oefening in geduld, in de acceptatie van het feit, dat elke verwachting, het woord zegt het al, wachten met zich meebrengt. Wachten hoort bij het leven. Tot slot raad ik de lezer aan selectief te zijn in het koesteren van verwachtingen, ook dat beperkt de wachttijd.

2017